|
|
| Titel: | Een verkennende studie naar de kosten van de combinatie van werk en zorgtaken
| | Onderwerp: | onderzoekdsrapport: wat zijn de kosten van de prolematiek voortkomend uit de combinatie van werk en zorgtaken | | Auteur: | F.Smit, R. Bijl | | Uitgever: | Trimbos-instituut | | Publicatiejaar: | 2000 | | ISBN-nummer: | Geen | | Verkooppunten: | Trimbos-instituut, 030-2971100 | | Omschrijving: | Achtergrond van deze studie In 1998 bestond de betaald werkende bevolking uit 6.6 miljoen personen. Volgens een rapport van Spaans & Van der Werf (1996) heeft ongeveer 21% problemen met het combineren van werk en zorgtaken in hun privé-leven. Vertaald naar de betaald werkende bevolking gaat het om ongeveer 1.4 miljoen personen. Dit roept de vraag op ofhet combineren van werk en privé niet alleen tot problemen, maar vervolgens ook tot kosten leidt. Op de volgende gebieden zouden die kosten immers kunnen ontstaan: medische kosten, hier gedefinieerd als de kosten van medische behandelingen inclusief geneesmiddelengebruik, apothekerskosten, en reis- en tijdskosten die personen maken in verband met het ontvangen van de medische zorg, en, kosten die ontstaan door productieverliezen ten gevolge van ziekteverzuim in betaalde en onbetaalde arbeid. Daarnaast zouden er nog kosten gemaakt kunnen worden ten gevolge van verminderde productiviteit wanneer personen wel blijven werken, maar zich minder fit voelen en daarom minder productief zijn, en, uitgaven die gedragen worden door werknemers en werkgevers in verband met hun hun aandeel in de premies voor arbeidsongeschiktheidsuitkeringen zoals de W AO (en eigen risico ). In deze studie beperken wij ons tot de eerste twee kostenposten: de kosten van medische zorg en de kosten van productieverliezen door ziekteverzuim in betaalde en onbetaalde arbeid. Daarmee sluiten wij aan op de richtlijn voor gezondheidseconomisch onderzoek (Oostenbrink, Koopmanschap & Rutten, 2000). Door deze inperking blijven de uitgaven van verminderde productiviteit (van onbekende omvang, zie Brouwer, Koopmanschap & Rutten, 1999) en de 18.5 miljard gulden die in 1998 werden uitgekeerd in het kader van de W AO en W AZ voor zo ˙n 800.000 personen verder buiten beeld (LISV, 1998). |
|
|